Spoednoodopvang vraagt rust, duidelijkheid en menselijkheid
De discussie over de voorgenomen spoednoodopvang van asielzoekers aan de Waleweingaarde in de Maten houdt veel mensen bezig. En dat begrijp ik goed.
De afgelopen dagen heb ik veel signalen gezien en gehoord. Van bewoners, van ouders van kinderen, van mensen die dichtbij de locatie wonen of werken, van mensen die zich zorgen maken over veiligheid en leefbaarheid. Maar ook van mensen die juist wijzen op de menselijke kant van opvang en de verantwoordelijkheid die een gemeente in noodsituaties heeft.
Juist bij zo’n onderwerp is het belangrijk om twee dingen tegelijk vast te houden.
Aan de ene kant moeten zorgen van inwoners serieus worden genomen. Niet wegwuiven, niet kleiner maken dan ze zijn, maar echt horen wat mensen zeggen. Zeker als het gaat over kinderen, scholen, verkeer, toezicht, leefbaarheid en de vraag wat een buurt aankan.
Aan de andere kant moeten we oppassen dat we mensen die opvang nodig hebben niet op voorhand wegzetten als probleem, bedreiging of risico. Dat helpt niemand verder. Niet de buurt, niet de gemeente en zeker ook niet de mensen om wie het gaat.
Ik merk zelf dat juist daar de spanning zit. Hoe blijf je menselijk én zorgvuldig? Hoe houd je oog voor de buurt én voor mensen in nood? Volgens mij kan dat alleen als de gemeente helder communiceert, zichtbaar aanwezig is en laat zien dat veiligheid en leefbaarheid geen bijzaak zijn, maar onderdeel van de randvoorwaarden.
Wat mij betreft vraagt deze situatie dus niet om meer verwijten of hardere teksten, maar om drie dingen.
1. Eerlijke informatie
Mensen moeten weten wat er precies gebeurt, voor hoe lang, om welke doelgroep het gaat en welke maatregelen worden genomen. Onduidelijkheid voedt onrust. Ik zie dat de informatie niet altijd gemakkelijk beschikbaar is. Wellicht zijn er ook nog veel onzekerheden.
Maar ook dat duidelijk is dat de opvang in Apeldoorn nog niet conform de spreidingswet is. We vangen dan wel de juiste aantallen asielzoekers op, maar nog niet op structureel beschikbare locaties. Het is niet de bedoeling dat we langjarig hotels blijven onttrekken aan de Veluwe.
Tenslotte moet ook duidelijk zijn dat als gemeenten – in heel Nederland – niet voldoende plekken leveren dat de regie verloren gaat en het rijk zelf locaties zal gaan aanwijzen. Dat we dat als Apeldoorn voor zijn is een goede keuze.
2. Serieus contact met de buurt
Niet één avond en dan weer verder, maar blijvend luisteren. Juist ook naar scholen, kinderopvang, sportverenigingen, ondernemers en omwonenden. Laat zien dat een mogelijke werkgroep met gemeente en inwoners al bezig is, beantwoord vragen.
3. Duidelijke waarborgen
Als een gemeente kiest voor opvang op deze plek, dan moet ook zichtbaar zijn hoe veiligheid, toezicht, bereikbaarheid en leefbaarheid worden geborgd. Dat mag geen bijzin zijn. Aan de andere kant betekent inzet op veiligheid niet dat de verwachting is dat de groep asielzoekers gevaarlijk is. Het is bedoeld voor veiligheid voor iedereen.
Ik ben zelf voortdurend op de hoogte van de beelden en reacties die online rondgaan. Het leeft ontzetten. Niet alleen boosheid, maar ook wordt zichtbaar hoe snel mensen tegenover elkaar komen te staan. Dat vind ik jammer. Juist nu moeten we proberen het gesprek fatsoenlijk te houden. Zoeken naar oplossingen.
Ik zal de ontwikkelingen rond deze locatie daarom blijven volgen. Niet van een afstand, maar door te luisteren, door gesprekken te voeren en door signalen serieus te nemen. Want juist op dit soort momenten moet politiek niet verder van mensen af komen te staan, maar dichterbij.
Heb je hier zelf gedachten over, zorgen over of ervaringen mee? Laat het me weten. Als je met me door wilt praten, ben ik daar vanzelfsprekend toe bereid.